website creation software

Coldcase Project Maastricht

Toen tijdens een bijeenkomst in 2009 met toenmalig korpschef Gery Velthuis werd gesproken over de mogelijkheden om, net zoals in het project Gerede Twijfel, samen met een groep studenten aan coldcases te werken, konden we niet bevroeden dat een paar jaar later een unieke samenwerking tussen het OM, politie en UM zou starten. Ondertussen zijn we bezig met de zesde Limburgse coldcase – ieder jaar eentje met een jaar onderbreking.

Naar volle tevredenheid van iedereen – hoewel alle partijen ook graag zouden zien dat er wat meer menskracht vrij kan worden gemaakt bij de politie. En wat ook geldt: het blijkt een uniek project te zijn. Niet alleen in Nederland, ook daarbuiten. Coldcases zijn vooral werk voor en door de politie, maar niet meer in Maastricht. Aan de UM is het een volwaardig geïntegreerd keuzevak in het master curriculum waaraan het OM en politie deelnemen.


De insteek van dit project is drievoudig, maar het is eerst en vooral een leermoment voor de studenten. De studenten worden geselecteerd op hun kwaliteiten en hun achtergrond in opleiding. In ons geval betekent dat dat het rechten, psychologie, criminologie of forensica studenten zijn. Allen studeren aan de UM bij de faculteit der Rechtsgeleerdheid of de Faculty of Psychology and Neuroscience. De studenten mogen met geen woord reppen over de inhoud van de zaak waaraan ze werken of hebben gewerkt, maar dankzij hun positieve ervaringen komen er speciaal voor dit vak zelfs studenten uit het hele land naar Maastricht toe. In dit vak leren ze veel nieuwe dingen, maar vooral leren ze hoe deze kennis toe te passen valt. Het tweede doel is om met een bruikbaar advies te komen voor het OM en politie. Dat advies behelst, naast uit te rollen technische onderzoeken met nog bestaande stukken van overtuiging, ook allerhande tactische adviezen. Tijdens een eindpresentatie wordt dit besproken meestal ten overstaan van hen die nog werkzaam zijn bij de politie en deelnamen aan het toenmalige TGO (Team Grootschalig Onderzoek). Tevens wordt de analyse van de coldcase in een lijvig rapport beschreven met als meest relevante hoofdstuk de aanbevelingen. Het derde doel is eigenlijk heel simpel: samenwerken. De UM heeft op het vlak van de forensische wetenschappen veel kennis in huis. Die kennis wordt middels het coldcase project Maastricht optimaal benut en dan ook nog in nauwe samenwerking met het OM en de politie.

Er zijn twee redenen aan te wijzen waarom een zaak “koud” is geworden.

Ten eerste omdat er simpelweg onvoldoende bewijs aangetroffen is om een dader of daders aan te wijzen. De nieuwe technieken op forensisch technisch vlak zijn daarbij zeer behulpzaam om een koude zaak weer warm te krijgen. De tweede reden is terug te voeren tot de kwaliteit van het oorspronkelijk uitgevoerde politieonderzoek. Doordat te vroeg verdachte gericht onderzoek is uitgevoerd, zijn andere pistes over het hoofd gezien. Vooral op die tweede reden valt nu winst te behalen. Daar waar verstreken tijd normaliter een negatief effect heeft op getuigen, geldt bij getuigen in coldcases juist een omgekeerde relatie. Door de veranderde omstandigheden na verloop van tijd, zijn getuigen nu mogelijkerwijs juist wél geneigd iets te vertellen of daartoe over te halen. Want, en dit lijkt erg tegenintuïtief, bij de oorspronkelijke getuigen is veel vaker de opening en oplossing van een coldcase te vinden. Nieuw DNA onderzoek, bijvoorbeeld, draagt maar bij in 3 procent van de gevallen, terwijl getuigen met een veelvoud daarvan, in 66 procent van de gevallen, zorgen dat een coldcase kan worden opgelost. 


De zaken die we bestuderen hebben allemaal een gemene deler: ze komen uit Limburg. De definitie van coldcases is dat het zaken zijn waarin geen persoon is veroordeeld. De misdrijven betreffen veelal moord of zware zeden. Wij krijgen de moordzaken die de jaren negentig en nulnul beslaan. De keuze voor de zaken ligt bij de politie en het OM. Het zijn in ieder geval zaken waarvan het dossier compleet is – en er soms nog een map opduikt in een bureaula van een rechercheur – en waarvan de stukken van overtuiging nog beschikbaar zijn voor nader onderzoek. Gemiddeld zijn de studenten ongeveer vijf maanden met het dossier bezig. Dat doen zij naast hun vakken – die daar, voor de duidelijkheid niet onder lijden – en met volle inzet. Ze werken in een afgelegen kamer waar anderen geen toegang tot hebben onder het wakend oog van een portret, nog afkomstig uit de rechtbank Arnhem, van Koningin Juliana.

Om tot een advies te komen, worden, vooraleer over te gaan tot het vormen van scenario’s, eerst zo goed mogelijk de feiten uit het dossier gefilterd. Dat is geen makkelijke opgave. Telefoonmastgegevens, resultaten van de patholoog-anatoom, bloedspatten, ballistiek, tijdstip van overlijden, intoxicaties. Over al deze kwesties dienen de studenten zich in te lezen alvorens ze naar deskundigen toe kunnen stappen om zich daar nog verder in te laten lichten. Voor de studenten ligt daar ook de uitdaging, omdat dit voor de meesten compleet anders is dan wat ze gewend zijn te bestuderen. Een ander aspect dat uitgebreid wordt bestudeerd, zijn de gedragssporen op de plaats delict. Aan de hand daarvan kan een oordeel worden gevormd of het bijvoorbeeld een of meerdere daders zijn geweest, maar ook of het een delict is geweest waarbij efficiënt is geprobeerd te doden of impulsief. De aanwijzingen uit deze analyse dragen op hun beurt bij aan het op andere locaties op bijvoorbeeld de kleding van het slachtoffer bemonsteren voor nieuw technisch onderzoek. Voor de gedragsanalyse werken we nauw samen met het hoofd van de gedragsanalisten van de Franse Gendarme. Voor de overige deskundigen wenden we ons tot deskundigen uit Nederland en België.

Op basis van de feiten uit het dossier worden realistische scenario’s opgesteld. De feiten zijn daarmee sturend. Dat klinkt logisch, maar toch is dit anders dan hoe in Nederland coldcases worden aangepakt. Daar ligt de aandacht veelal bij het vormen van scenario’s, waarbij het oorspronkelijke scenario dat werd gehanteerd in het dossier grote aandacht geniet. Uit bovenstaande blijkt dat dat nu juist niet de verstandigste keuze is. De kracht van dit project schuilt dan ook in het juist anders benaderen van een coldcase. Dat zit hem in het objectieve maar zeker ook in het naïeve van de studenten. Zij kunnen immers niet terugvallen op eerdere ervaringen en hebben geen kennis van de partijen in het dossier. Het enige dat ze kunnen doen is zo rationeel mogelijk nadenken. In combinatie met de mogelijke technische en tactische mogelijkheden die er nog liggen proberen we in ons advies zoveel mogelijk scenario’s te falsificeren.

De hamvraag is natuurlijk of onze adviezen tot resultaten hebben geleid. Omdat we niet inhoudelijk over zaken mogen spreken, kan er alleen worden gemeld dat doel een en drie zijn geslaagd. De studenten zijn erg tevreden en de samenwerking tussen alle partijen verloopt uitstekend. En over doel 2 kan worden gemeld dat alle partijen daar ook erg tevreden over zijn.


Deel deze Forum Romanum